Terminologie

Drukken en printen is een technisch complex proces met een waaier aan mogelijkheden in grondstoffen en afwerking. Hieronder vind je enkele begrippen om de drukkerswereld beter te begrijpen.

 

  • Aflopend of niet aflopend

Drukwerk kan aflopend of niet aflopend zijn. Aflopend houdt in dat de bedrukking tot aan de rand van het papier loopt. Hierdoor dient de afbeelding buiten het eindformaat gedrukt te worden om het vervolgens tot het eindformaat bij te snijden. Bij niet aflopend drukwerk raakt de afbeelding de randen van het papier niet.

 

Gevergeerd papier

Papier met een structuur waarbij om de paar millimeters een dunne lijn op het papier loopt. Dit patroon wordt bij de papierfabricatie vervaardigd en zorgt voor een papier met extra 'cachet'.

 

Grammage

Papier kan licht of zwaar aanvoelen. Dit wordt uitgedrukt door de 'grammage' of het papiergewicht, uitgedrukt in gram per vierkante meter. Papier dat gebruikt wordt in printers is meestal 80 gr of weegt dus 80 gram per vierkante meter. Een presentatiemap zal daarentegen eerder 300 gr zijn of dus een papier zijn dat 300 gram per vierkante meter weegt.

 

  • Houtvrij papier

  • Papier wordt gemaakt van houtvezels. Hout bevat echter lignine, een chemische stof die ervoor zorgt dat papier vergeelt na verloop van tijd. Bij houtvrij papier wordt de lignine uit de vezels verwijderd waardoor een witte kleur behouden blijft.

 

  • Kappen of stansen
  • Papier wordt geproduceerd op rollen en vervolgens gesneden op vellen via een snijmachine. Hierdoor heeft papier steeds rechte hoeken. Ronde naamkaartjes of deurhangers en mappen bestaan echter ook. Hierbij wordt het papier, na de bedrukking, gestanst of gekapt zodat de gewenste vorm overblijft of een afbeelding of tekst uit rechthoekig papier kan uitgespaard worden.

     

  • Laser-papier

  • Niet elk papier is geschikt om op te printen. Bij sommige papiersoorten (zoals offset-papier) komen immers papierdeeltjes vrij. Dit verkort de levensduur van printers. Laser-papier geeft geen stofdeeltjes af en is dus ideaal om op te printen.

 

  • Maco
  • MAchine COated of gestreken papier is papier dat tijdens het papierproductieproces voorzien wordt van één of meerdere dunne strijklagen. Hierdoor krijgt het papier een glanzende look en feel en kan het beter bedrukt worden. Er zijn 3 types maco papier: 
  • - maco gloss of satiné voor drukwerk met een glanzend karakter
  • - maco silk of halfmat voor papier dat iets zachter mag aanvoelen
  • - maco mat voor een matte look


Offset-papier

Standaard papier, geschikt om te beschrijven. Dit papier is niet geschikt om op te printen aangezien het papiervezels vrijgeeft en op deze manier de printer beschadigt.

 

Persvernis

Om te vermijden dat drukwerk vol vingerafdrukken staat, kan een beschermende vernislaag aangebracht worden op het drukwerk. Dit geeft het papier een glanzende of matte uitstraling en beschermt het tegen krassen.

 

Pregen

Papier is normaal gezien volledig vlak. Via pregen of blinddruk word het papier vervormd zodat een afbeelding of tekst in reliëf op het papier komt te liggen. Hierbij wordt geen inkt gebruikt.


Lamineren en UV-spotvernis

  • Door het aanbrengen van een kunststof-laag op het bedrukte papier (lamineren), krijgt het drukwerk een luxueuse uitstraling en een zeer matte of zeer glanzende look en feel. Om details van een afbeelding of een tekst nog sterker te accentueren en een glanzende uitstraling te geven, kan het drukwerk behandeld worden met een harde vernislaag (UV-spotvernis).

Kappen of stansen


Pregen of blinddruk


UV-spotvernis op mat gelamineerd papier

www.lavazza.be